De arbeidsmarkt is krap. Dat horen we inmiddels dagelijks.
Bedrijven kunnen moeilijk mensen vinden, projecten lopen vertraging op en goede vakmensen zijn schaars geworden.
Toch vinden wij iets opvallends.
In een markt waarin iedereen roept dat technici moeilijk te vinden zijn, gaan we soms verrassend slordig om met de mensen die we al hebben.
Bij BlueBeaver spreken wij dagelijks monteurs, werkvoorbereiders, engineers en ZZP’ers. Mensen die ergens vertrekken of juist nadenken over een overstap. Opvallend vaak horen wij verhalen waarvan we denken: dit had waarschijnlijk voorkomen kunnen worden.
Niet altijd. Maar vaker dan nodig.
Wij geloven namelijk dat veel uitstroom niet ontstaat door salaris of uurtarief, maar door kleine dingen die structureel verkeerd gaan in de samenwerking.
Daarom delen wij hieronder drie ergernissen die wij veel terughoren vanuit vakmensen in de techniek.
Niet om met de vinger te wijzen, maar omdat wij denken dat de markt hier beter van wordt.
1. Verwachtingen die onderweg veranderen
Een kandidaat wordt aangenomen voor project A, maar staat maandag ineens op project B.
Of de werkzaamheden blijken totaal anders dan vooraf besproken.
Natuurlijk kan een planning wijzigen. Dat begrijpen vakmensen ook prima. Alleen zit het verschil vaak in communicatie.
Wanneer iemand vooraf wordt meegenomen in een wijziging ontstaat begrip.
Wanneer iemand pas bij aankomst ontdekt dat alles anders is, ontstaat irritatie.
De gedachte:
“Je bent toch installateur, dus dit maakt ook niet uit?”
werkt in de praktijk zelden goed.
Veel vakmensen lopen dan nog wel een paar dagen door, maar hebben ondertussen hun netwerk al geappt dat ze mogelijk weer beschikbaar zijn.
Goede mensen vertrekken zelden onverwachts. Meestal begon dat proces al op dag één.
2. Eerst wantrouwen, daarna pas vertrouwen
Veel bedrijven hebben slechte ervaringen gehad met eerdere inhuur. Dat begrijpen wij ook. Eén verkeerde match kost tijd, geld en energie.
Alleen ontstaat daardoor soms een cultuur waarin nieuwe mensen eerst moeten bewijzen dat ze “niet zo eentje zijn”.
Voor sommige vakmensen werkt dat prima. Anderen slaan juist dicht wanneer ze continu het gevoel krijgen dat ze zich moeten verdedigen of bewijzen.
Vertrouwen betekent niet naïef zijn.
Vertrouwen betekent iemand professioneel ontvangen, duidelijke kaders geven en iemand de ruimte geven om zijn vak uit te oefenen.
Goede vakmensen voelen binnen een paar uur of ze als oplossing worden gezien of als risico.
Dat verschil bepaalt vaak hoe lang iemand blijft.
3. Onduidelijkheid in communicatie
Veel frustratie ontstaat niet door het werk zelf, maar door onduidelijkheid.
Wat wordt er precies verwacht?
Wie stuurt het project aan?
Wat is het doel?
Hoe lang duurt het project waarschijnlijk?
Waar ligt de verantwoordelijkheid?
Voor vaste medewerkers zijn dit al belangrijke vragen. Voor ingehuurde vakmensen misschien nog wel meer.
Een goede onboarding hoeft niet ingewikkeld te zijn.
Maar mensen meenemen in het plan, de verwachtingen en de werkwijze maakt een enorm verschil in betrokkenheid en motivatie.
In de praktijk zien wij dat de beste projecten vaak niet de hoogste tarieven hebben, maar wel de meeste duidelijkheid, rust en wederzijds respect.
Dat klinkt simpel.
Maar juist daar gaat het opvallend vaak mis.
En misschien is dat wel één van de redenen waarom sommige bedrijven structureel mensen tekort blijven komen, terwijl andere organisaties vrijwel altijd beschikken over een sterk netwerk van vakmensen.
Mensen onthouden namelijk niet alleen wat ze verdienen op een project.
Ze onthouden vooral hoe ze behandeld werden.